Over verschillende beeldformaten en resoluties:

Beeldformaten en resoluties:

Er is de laatste tijd een keur aan beeldformaten ontstaan en resoluties nemen ook in snel tempo toe, maar wat is in het zicht van onze menselijke visuele perceptie zin en onzin? Om dat te kunnen beantwoorden zul je eerst meer over het gezichtsveld en blikveld en het oplossend vermogen van onze ogen moeten weten.

Beeldformaten:

Laten we eerst bij de beeldformaten beginnen: Tegenwoordig zijn vooral de volgende beeldformaten in gebruik: 4:3 voornamelijk in gebruik bij de goedkopere pocket en multizoom camera’s, alles wat geen spiegelreflex is gebruikt vaak dit formaat, ook systeemcamera’s. Spiegelreflex camera’s houden vaak het van origine gebruikte formaat van 3:2 aan. Daarnaast kun je op steeds meer camera’s ook kiezen voor het 16:9 breedbeeld formaat, dat ook veel wordt toegepast bij monitoren en televisies. Er is ook nog het 16:10 formaat dat je tegen komt bij sommige beeldschermen. Vroeger had je bij de groot formaat camera’s (grotere broertjes van de spiegelreflex) het 1:1 formaat oftewel vierkant, deze camera’s hadden wel wat van de tegenwoordige fullframe camera’s die kwalitatief veel hogere resoluties leveren soms wel van 50 megapixels.

Gezichtsveld:

Nu komt er wat theorie om de hoek kijken voor wat betreft het menselijk oog: Het menselijk oog heeft een gezichtsveld en een blikveld. Eerst komt het gezichtsveld aan bod, hiermee wordt bedoeld wat je ogen waarnemen zonder dat je je ogen of je hoofd beweegt. Dit blijkt een veld te zijn van 140 graden horizontaal en 80 graden verticaal, omgerekend (140/80) 1,75 : 1, dit komt heel dicht in de buurt van het breedbeeld formaat van 16 : 9 hetgeen omgerekend (16/9) op 1,78 : 1 uit komt.

Blikveld:

Ons blikveld is ruimer dan ons gezichtsveld. Met blikveld wordt bedoeld het deel dat je ogen waarnemen als je je hoofd stil houdt maar je je ogen beweegt. Dit is een veld van 190 graden horizontaal en 135 graden verticaal hetgeen omgerekend (190/135) neer komt op 1,4 : 1. Dit komt het dichtst in de buurt van 4:3 hetgeen omgerekend (4/3) neerkomt op 1,33 : 1. Het 3 : 2 formaat van spiegelreflex komt hier met 1,5 : 1 ook dicht in de buurt.

Gevoel:

Vaak is het in dit soort getheoretiseer het gevoel waar aan voorbij wordt gegaan. Zelf heb ik het gevoel dat het 4 : 3 formaat te beperkt is in de breedte en het 16 : 9 formaat is in de hoogte te beperkt. Blijven over het 3 : 2 formaat of het eerder genoemde 16 : 10 formaat. Vaak is het middelen wat de klok slaat in deze situaties. Laten we eens kijken wat het gemiddelde zou moeten zijn: 1,75 – 1,4 = 0,35, 0,35/2 = 0,175. Halen we deze 0,175 af van 1,75 dan komen we op 1,575, dit komt het dichtst in de buurt van 16 : 10 dat zoals we zagen op 1,6 uit komt 3 : 2 geeft 1,5. Zelf heb ik een monitor van het formaat 16 : 10 en ik moet zeggen dat formaat bevalt me heel goed en ik heb ook bewust deze keuze gemaakt omdat ik toevallig op het werk ook een monitor van dit formaat kreeg. Daarvoor had ik er één van 4 : 3 en ik heb ook wel vanuit mijn werk als systeembeheerder vaak naar 16 : 9 breedbeeldschermen zitten kijken, maar mijn gevoel zegt dat het 16 : 10 formaat beter bevalt. Mijn gevoel komt eigenlijk heel dicht in de buurt van het gemiddelde, als je het perfect wilt doen zou het er één van 16 : 10,159 moeten zijn, maar in de praktijk zal je dat verschil niet merken. Ook is het een gegeven dat onze gezichtsvelden en blikvelden niet perfect rechthoekig zijn, maar eerder ovaal, maar of een ovaal beeldscherm ook beter is? Tegenwoordig zijn er ook curved schermen, waarvan de hoeken dus naar je toe gebogen zijn zodat je het gevoel krijgt dat je er midden in zit, dit schijnt onder gamers populair te zijn. Het heeft wel iets van wat je vroeger op de kermis had zo’n bolle tent met een gebogen scherm dat je veel meer het gevoel gaf er midden in te zitten. Er komt nog een ander aspect om de hoek kijken en deze heeft te maken met de afstand tot het scherm, hoever zit je er van af. Dit heeft onder andere ook te maken met de resolutie en dat is iets dat ik later ga bespreken wel verklap ik alvast dat dit een kijkhoek van 50 graden zou moeten zijn.

Fotografische aspecten:

Op mijn site draait het om fotografie dus ik mag ook zeker de fotografische aspecten van dit geheel niet negeren. Het is een feit dat we een foto als het ware met onze ogen lezen en wel van links boven naar rechtsonder, zoals we ook een boek gewend zijn te lezen. Dit heeft consequenties voor de compositie van de foto. Er is een regel genaamd de regel van derden, waarbij de foto zowel horizontaal als verticaal wordt opgedeeld in 3 gelijke delen. Zo krijg je 4 lijnen met 4 snijpunten en om een foto niet te statisch te maken is het een soort ideaal om het onderwerp in de foto op 1 van deze 4 snijpunten te plaatsen. Ook is het een gegeven dat de horizon op 1 van de horizontale lijnen geplaatst moet worden om niet te statisch te zijn, waar de horizon komt hangt dan af van welk deel van de foto de meest interessante details bevat. Is de lucht een leeg vlak zonder wolken dan kan het beter zijn om de horizon op 1/3 van boven te plaatsen en de voorgrond meer aandacht te geven is de situatie andersom met veel wolken en andere details in de lucht dan komt de horizon op 1/3 van onderen om de oninteressante voorgrond buiten beeld te houden. Uitzonderingen hierop zijn foto’s met symmetrie, bijvoorbeeld spiegelbeelden of foto’s met twee onderwerpen. Daarnaast is het een gegeven dat horizontale foto’s een ruimtelijke beeld geven en verticale foto’s juist het gevoel van diepte accentueren. Kijken we in dit kader naar de foto formaten dat kun je er het volgende van zeggen: Het 4 : 3 formaat geeft een minder ruimtelijk beeld maar juist meer diepte in de foto, tegelijkertijd liggen de snijpunten waarop het onderwerp geplaatst kan worden relatief dicht bij elkaar, er is dus weinig ruimte voor plaatsing van het onderwerp, volgens mij leent dit formaat zich meer voor foto’s met 1 onderwerp dat verhoudingsgewijs beeldvullender in beeld komt zoals vogels, gebouwen e.d., het is ook het formaat dat het minst afsnijd van een eventueel lege lucht of voorgrond. En er is minder plaats voor de ogen om de foto te lezen. Kijken we naar het 16 : 9 formaat dan geeft dit formaat juist een heel ruimtelijk beeld en het gevoel van diepte zou minder moeten zijn, tegelijkertijd liggen de snijpunten waarop het onderwerp geplaatst kan worden veel verder uit elkaar er is dus meer ruimte voor het onderwerp en ook voor meerdere onderwerpen. Voor landschappen is dit ideaal en volgens mij is dit ook het formaat dat in de buurt komt van hoe wij landschappen ervaren. Diepte is een ander verhaal hoewel daar minder ruimte voor is is er wel meer ruimte voor diagonalen en die kunnen ook veel diepte geven. Er is ook meer ruimte voor het oog om de foto te lezen tenminste in horizontale richting. Bovendien is dit formaat meer geëigend voor het afsnijden van oninteressante luchten of voorgronden en daarmee ook een beetje beter geschikt voor symmetrische onderwerpen. Bekijken we de beide formaten verticaal dan geldt het relatief gezien het omgekeerde in dit geval is 4 : 3 ruimtelijker en heeft het 16 : 9 formaat extreem veel diepte.

Illustreren:

Het is natuurlijk mooi dit op deze manier te verwoorden, maar vaak werkt het beter om het te visualiseren dus ga ik één en ander hieronder illustreren aan de hand van een aantal foto’s. De foto’s zijn allemaal genomen vanaf hetzelfde standpunt en met dezelfde brandpunt afstand en min of meer dezelfde instellingen qua belichting (diafragma en sluitertijd).

Het 4 : 3 formaat, vergeleken met het 16 : 9 formaat hieronder, heeft meer diepte.

Het 16 : 9 formaat werkt veel ruimtelijker dan het 4 : 3 formaat hierboven.

Ter vergelijking het 4 : 3 formaat verticaal heeft veel meer diepte.

Nogmaals het 4 : 3 formaat verticaal.

Nu het 16 : 9 formaat ook verticaal, nog meer diepte.

Het 4 : 3 formaat.

Het 16 : 9 formaat minder details meer oog voor de boomstammen.

4 : 3 verticaal, ruimtelijk, minder detail, minder diepte.

16 : 9 verticaal meer diepte, meer detail, minder ruimtelijk.

4 : 3 een heel stuk oninteressante lucht

16 : 9 oninteressante lucht is weg.

4 : 3 ingezoomed ondanks de diagonaal minder diepte.

16 : 9 uitgezoomed dankzij de diagonaal heel veel diepte.

4 : 3 meer focus op het onderwerp.

16 : 9 meer nadruk op het omringende landschap.

4 : 3 verticaal originele foto.

16 : 10 verticaal uitgesneden.

16 : 9 verticaal uitgesneden.

4 : 3 originele foto.

16 : 10 uitgesneden.

16 : 9 uitgesneden.

Vind zelf de originele foto beter omdat er meer ruimte is voor het onderwerp, hoewel je natuurlijk in het echt bij elk formaat gewoon zo veel zou uitzoomen dat de reiger helemaal in beeld komt. Opvallend is ook dat het verschil tussen de foto’s verticaal veel meer opvalt dan horizontaal. Bovenstaand resumerend zou er dus eigenlijk nog een fotoformaat bij moeten komen namelijk dat van 16 : 10, dat combineert het beste van alle formaten in 1.

Resolutie en het oplossend vermogen van de ogen en printgrootte:

Als je het oplossend vermogen van je ogen wilt weten c.q. meten dan ga je naar een opticien of dokter, die vraagt je om afwisselend met links en rechts naar een serie letters te kijken die naar onderen toe steeds kleiner worden en dat van een vaste afstand van 6 meter. De meeste mensen halen hierbij een standaard regel, deze wordt 20/20 of 6/6 genoemd van 20 voet of 6 meter. Alles wat daarboven zit kan vanaf een langere afstand nog onderscheiden worden, voor alles wat daaronder zit moet je vaak dichterbij komen. Nu is het zo dat een foto van een afstand bekeken moet worden die gelijk is aan de diagonaal van de print. Dit komt neer op een kijkhoek van 50 graden. Bij deze afstand is de resolutie van 4 K 4096 X 2160 net voldoende om bij de standaard oplossend vermogen van de ogen van 20/20 oftewel 6/6 geen pixels meer te kunnen onderscheiden. Nu is dit nog een beetje over gedefinieerd, de eigenlijke resolutie van 4K is 4000 X 2000 hetgeen neer komt op 8 megapixels. Dit is vaak ook wat genoemd wordt als het minimaal aantal megapixels voor natuurfotografie. Dus alles dat de 8 megapixels overstijgt is overdone. Het hangt er natuurlijk ook van af hoe groot je een foto af laat drukken.

Grootte van de afdruk:

Bovenstaand gezegd hebbende is er ooit in het verleden een keer een onderzoek gedaan door iemand onder voorbijgangers op straat, waarbij foto’s door een professioneel lab werden afgedrukt op een formaat van 40 bij 60, de eerste foto was er 1 van 13 megapixels, de tweede 1 van 8 megapixels en de derde 1 van 5 megapixels en 95% van de voorbijgangers kon het verschil niet zien al stonden ze er met de neus bovenop, er was maar 1 persoon die de juiste megapixels bij de juiste foto kon duiden en dit was een docente fotografie. Zelf heb ik deze ervaring ook, ik heb bij mij thuis een fleece behang poster hangen van 1,45 meter bij 1,70 meter, deze is gemaakt van een foto die als originele resolutie 3 megapixel had en up gescaled moest worden naar 5 megapixels om te voldoen aan de minimale kwaliteit. Als ik hier met de neus op sta kan ik pixels/ruis zien, maar van een afstand gelijk aan de diagonaal van 2,25 meter is hier niks van te onderscheiden en ziet alles er scherp uit. Bovendien heb ik foto’s op Xpozer laten afdrukken van een formaat van 44 bij 80 cm breedbeeld met een minimaal vereiste resolutie van 5 megapixels, als ik daar met de neus op ga staan zie ik nog geen onscherpte, ruis of pixels. Dus de statements over resolutie zijn eigenlijk ook nog overdreven. Daarmee is de megapixel hype waarmee fabrikanten van fototoestellen schermen eigenlijk ontkracht. En dat terwijl fabrikanten en de mensen zelf meestal van het aantal megapixels uit gaan als zijnde het meest cruciale kwaliteitskenmerk van een toestel. Bovendien is het ook nog een keer zo dat hoe meer megapixels een sensor heeft hoe gevoeliger deze wordt voor ruis. Vooral bij compact camera’s is dat een probleem omdat ze op een relatief kleine sensor teveel pixels hebben.

Bewerken van foto’s:

Ook over het bewerken van foto’s is het laatste nog niet gezegd. Men zegt meestal dat het fotograferen in het RAW formaat van de camera het beste is. Dit geeft je de meeste toonwaarden en de beste mogelijkheid om een foto te bewerken. Maar je moet niet vergeten dat een RAW foto ook altijd bewerkt zal moeten worden, al is het alleen maar om de juiste witbalans (kleuren pallet) in te stellen. Daarnaast is door de hoeveelheid informatie en het ongecomprimeerde format de grootte van het bestand enorm. Als voorbeeld mijn camera maakt bij 10 megapixels foto’s in hoogste jpeg kwaliteit met een grootte van 2 megabyte in RAW wordt dat 20 megabyte. En dat moet worden weggeschreven dit duurt bij mijn toestel met een 10 speed SD kaart 3 tot 4 seconden, terwijl ik in jpeg er 3 per seconde weg schrijf. Bovendien passen er dus 10 keer minder RAW foto’s op een kaart. Op een kaart van 32 megabyte kan ik er 6000 in jpeg kwijt en dus maar 600 in RAW. Bovendien moet je na het bewerken van een RAW foto hem altijd nog in een ander formaat weer opslaan, dit kan dan in Photoshop *.psd format, *.png of *.tiff, waardoor je ook enig verlies hebt en maak je er een jpeg van dan is het voordeel al bijna helemaal weg. RAW heeft als voordeel dat het onbeperkt bewerkt kan worden zonder kwaliteitsverlies en dat het aantal toonwaarden veel hoger ligt dan bij jpeg dat een 8 bits formaat is. Maar als ik bij mijn eigen foto de jpeg bewerk door de hooglichten en schaduwen bij te werken, het contrast aan te passen en de scherpte verhoog en de ruis verwijder kan ik het verschil tussen het origineel en bewerkte exemplaar niet zien, sterker nog het bewerkte exemplaar komt beter uit de verf. Sterker nog als ik met mijn camera een RAW foto maak en die op 100% in Adobe vergelijk met de jpeg zie ik weinig verschil of dat moet hem aan het RAW formaat van mijn camera liggen. Dus het hangt er maar net vanaf hoe hoog je de eisen stelt.

Posted in Beeldformaten, Resolutie | No Comments »

Een boom(pje) opzetten over bomen.

Ik ben altijd al gefascineerd geweest door bomen, zelfs mijn beroepskeuze test gaf aan dat ik boomchirurg moest worden en hoewel ik dat niet ben geworden heb ik wel een hele verzameling bonsai boompjes die ik moet verzorgen, zowel binnenshuis (tropische) als buitenhuis (inheemse bomen). De inheemse kunnen ’s zomers buiten gehouden worden maar om de inheemse bomen binnen te houden is lastig.

P1440306

Een mooi voorbeeld van een bijna 30 jaar oude vijg.

P1440312

Hier beter te zien de root over rock style die ik gedurende de jaren heb toegepast.

Eerst een paar feiten over bomen:

  • Bomen zijn (de den achtigen tenminste) ontstaan vanuit reuzen wolfsklauwen die 30 meter hoog konden worden maar nog sporen hadden in plaats van zaden. De wolfsklauw achtigen zijn nog steeds vertegenwoordigd zij het kleiner zoals de grote wolfsklauw en de moeras wolfsklauw. Rond dezelfde tijd zijn ook loofbomen ontstaan.

P1050401

Hier is duidelijk de overeen komst te zien tussen grote wolfsklauw en en de dennen op de achtergrond.

grote wolfsklauw

Nog een foto van de grote wolfsklauw.

  • De huidige oudste boom ter wereld is de in Zweden staande spar Tjikko hij is 9550 jaar oud, tenminste het wortelstelsel van deze boom is zo oud niet de er op levende boom. Kijk je naar de boom zelf dan kom je uit bij de bristlecone pine in de White Mountains bij Californië hij is 5062 jaar oud.
  • In het gebied rond Californië vind je meer records zo staat er de boom met de grootste massa, een seqouia of mammoetboom met een omtrek van 31 meter, een hoogte van 83,8 meter en een kroon van 33 meter en een massa van 1950 tot 2145 ton, de eerste takken ontspruiten pas op een hoogte van 40 meter.
  • In dit gebied bevindt zich ook de huidige hoogste boom, weer een seqouia van 600 jaar oud en een hoogte van 115,72 meter. Ooit zijn er hogere geweest, bijvoorbeeld een 132,6 meter hoge eucalyptus boom in Australië een loofboom, maar deze is gekapt.
  • De boom met de grootste omtrek is een meerstammige moerascipres met de naam el arbol del Tule in Mexico met een omtrek van 36,2 meter. Een deel van het jaar komen een aantal boabab trees in Afrika ook in aanmerking voor dit record, na de regentijd zwelt hun stam enorm op door de opslag van water.
  • De grootste aaneengesloten bossen vind je (nog steeds) in het Amazone gebied en de Congo, Papoea new genua komt op de 2e plaats, op alle drie de plekken wordt echter in zo’n hoog tempo ontbost dat dat over niet al te lange tijd achterhaald zal zijn, vooral Brazilië en Papoea nieuw genua zijn koploper.
  • Het aantal soorten bomen ligt tussen de 40- en 53.000 tenminste in de tropen en verdeeld over Amerika en Azië. Afrika komt maar tot 4,5- tot 6.000 soorten, de gematigde streken in Europa moeten het doen met 124 soorten.
  • De definitie van een boom is een beetje vaag, het verschil tussen een boom en een struik zou moeten zijn dat een boom 1 stam heeft en minimaal 4 meter hoog is, de kruidlaag boven de 8 meter heet dan de boomlaag, daaronder bevindt zich de kruidlaag.

Grofweg kun je een boom opdelen in wortels, een stam, en een kroon van takken met bladeren of naalden, bloemen, vruchten en zaden.

De wortels van bomen zorgen voor ondersteuning en verankering (de hoofd en zij wortels), transport van suikers, opname van water en mineralen (de haarwortels), de boom voedt bacteriën en schimmels via de wortels, waarop de bacteriën en schimmels mineralen vrijmaken en stikstof opnemen uit de lucht. Door de opname van water ontstaat er worteldruk waardoor het water naar de bladeren wordt gestuwd. Wortels kunnen door steen heen dringen.

P1050481

P1050472

Wanneer wortels niet tot een stenige ondergrond kunnen doordringen groeien ze er eerst overheen of tussendoor, hierdoor zie goed hoe sterk wortels vertakken.

P1130424

Soms staan bomen letterlijk op hun wortels omdat er zoals hier bijvoorbeeld zand is weggewaaid, ook kunnen bomen luchtwortels hebben.

De stam wordt gevormd door het cambium dat zich naar binnen toe deelt in houtvaten (xyleem) en naar buiten toe in bastcellen (floëem), houtvaten voor het transport van water en mineralen naar het blad, de bast voor het transport van suikers van het blad naar de wortels, wordt dit laatste transport onderbroken door een ringwond rond de boom dan sterft de boom. Hout geeft stevigheid, bast bescherming tegen invloeden van buiten en opname van zuurstof. Bast is erin alle soorten, maten en kleuren. Naast worteldruk is er binnen de houtvaten sprake van capillaire werking omdat de houtvaten zeer nauw zijn hierdoor ontstaat een adhesie kracht tussen het water en het houtvat daarnaast is er nog een cohesie kracht tussen de watermoleculen onderling.

doorsnede arve

Doorsnede van de stam van een arve, binnen het hout buiten de bast, iets minder goed te zien zijn de groeiringen in het hout die in gebieden met seizoenen gebruikt kunnen worden om de leeftijd van een boom te bepalen.

dikke bast van arve

Hier goed te zien hoe dik de bastlaag van een Arve (soort den) kan zijn. Arven vind je vaak in bergachtige gebieden.

Takken dienen voor het zo gelijk mogelijk verdelen van de bladeren aan de boom, zodat de boom maximaal kan profiteren van het zonlicht voor het aanmaken van suikers via het chlorofiel (bladgroen korrels) in het blad. De kroon moet in de juiste verhouding staan tot het wortelstelsel, beide voeden elkaar er wordt daarom ook beweerd dat kroon en wortelstelsel ongeveer even groot zijn.

P1030403

Bij het tegenlicht van de ondergaande zon in de winter is de kroon mooi te zien, hier de kroon van een eik breeduit.

P1070057

De kronen van een stel populieren, meer hoog dan breed.

P1100386

De kroon van een berk is vaak hoog en vooral smal.

P1070248

Dennen hebben vaak een gelaagde kroon, sparren (ah la Oh denneboom) hebben een dichtbezette kroon die breed begint en naar boven toe taps toeloopt als een driehoek.

Ook bladeren heb je in verschillende formaten en kleuren, de globale opbouw is echter meestal een aantal hoofd nerven met daartussen een fijn vertakt zij nervenstelsel en daartussen het bladmoes met de bladgroenkorrels die volgens de formule 6 CO2 (koolstofdioxide, broeikasgas) + 6 H2O (water uit de grond) + zonne-energie (fotonen) = C6H12O6  + 6O2 suiker en het voor ons onontbeerlijke zuurstof produceren dat via de huidmondjes tezamen met water als afval product wordt uitgescheiden. ’s Nachts wordt het proces omgekeerd dan nemen de huismondjes zuurstof op om suikers te verbranden tot water en CO2 voor hun energiebehoefte. Dus hoe meer er gekapt wordt hoe minder zuurstof er geproduceerd wordt en hoe minder koolstofdioxide er wordt opgenomen. De bomen beginnen zelfs al een beetje te compenseren voor het verhoogde CO2 gehalte dat wij veroorzaken door sneller te groeien en er dus meer van op te nemen en omdat volwassen bomen meer CO2 opnemen dan jonge (aanplant) een reden temeer om oude bomen te laten staan. Dus klimaat bosjes zijn geen compensatie voor onze uitstoot van uitlaatgassen, maar eerder een compensatie voor de gekapte volwassen bomen dat ook nog eens een keer een onvoldoende compensatie is.

DSC05534

Een populierenblad de nervatuur is goed te zien, vaag in de achtergrond de bomen waar het blad van afgewaaid is.

DSC00325

Bladeren van de beuk eirond en gaafrandig

P1190441

Het blad van de paardenkastanje sterk geveerd en samengesteld uit meerdere delen.

P1300865

Het blad van de Amerikaanse eik, weinig nerven en sterk ingesneden.

P43070~1

Het blad van de esdoorn bestaand uit 3 vergroeide delen en sterk generfd ook sterk getand.

P1210700

Bladeren van de es een duidelijk samengesteld blad

P9190077

Het blad van de eik sterk gelobd.

’s Winter trekken de bomen het bladgroen terug uit de bladeren die dan geel, bruin, rood gekleurd zijn door de achterblijvende chromoplasten, uiteindelijk vallen ze helemaal af en voorkomen daarmee het uitdrogen van de boom die in de winter minder goed water op kan nemen. Bomen die groen blijven hebben hier een oplossing voor in de vorm van naalden, die hebben een heel klein oppervlak, bovendien hebben ze een waslaagje dat ook de verdamping tegengaat en in de winter trekken ze sappen terug uit de naalden zodat daar een hoge concentratie aan stoffen ontstaat die bevriezen tegengaat. Naalden zijn er niet in zovele verschillende soorten als bladeren, maar je hebt bijvoorbeeld de lange naalden van dennen die twee aan twee op de takken staan, een spar heeft korte naalden die heel dicht op elkaar staan maar wel individueel, de larix heeft heel veel kleine naalden in een soort rozet (de larix verliest overigens wel elk jaar zijn naalden), verder heb je nog de geschubde structuur van een conifeer en de extreem korte stekelige naalden van de jeneverbes.

P1340551

Het nietige begin van een naaldboom groeiend op de stronk van een andere boom. De één z’n dood…….. zo gaat het vaak in een bos.

Bloemen zorgen voor de bevruchting van het vruchtbeginsel, hetzij via de wind, hetzij via insecten, bloemen kunnen bij bomen heel klein en onooglijk zijn vaak zijn dat de windbestuivers zoals de berk en de hazelaar maar juist ook heel uitbundig zoals bij de kers, de appelboom en de tulpenboom, deze worden bestoven door insecten. Een boom kan eenhuizig zijn, waarbij de boom zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen heeft zoals de els en de hazelaar of tweehuizig, waarbij er zowel mannelijke als vrouwelijke bomen bestaan zoals de populier en wilg er vindt dan kruisbestuiving plaats. Beide voorgaande zijn dan eenslachtig, waarbij de bloem of alleen meeldraden of alleen stampers heeft. Hebben de bloemen zowel meeldraden als stampers dan zijn ze tweeslachtig zoals de appel en de peer. Qua zaad zijn ze dan nog weer onder te verdelen in dicotielen en monocotielen, zijnde tweezaadlobbigen of eenzaadlobbigen en de zaadkegels van de dennen, sparren en larixen. En dan zijn er nog de vruchtdragende bomen zoals de appel, meidoorn die meerdere zaden huisvesten.

P1240971

Appelbloesem voorbeeld van eenhuizig tweeslachtig en bestuiving door insecten.

P1140678

P1430573

Boven vrouwelijke bloem van hazelaar onder de mannelijke katjes voorbeeld van eenhuizig tweeslachtig en windbestuiving.

DSC03889

Hetzelfde geldt voor de els mannelijke katjes en vrouwelijke elzenproppen de overbekende boom van onze houtwallen.

P1060504

Eikels voorbeeld van een dicotiel al zou je dat op het eerste gezicht niet denken onder het omhulsel zitten twee zaadlobben.

P1080343

Bolster van de tamme kastanje met eetbare monocotiele zaden, even roosteren op een vuurtje tot ze open springen.

P1240681

1 of meerzadige vruchten van de meidoorn een boom die veel als struik in hagen voorkomt

P1220392

Eenpits vrucht van de Amerikaanse vogelkers een sterk invasieve soort die alle concurrentie uit de weg ruimt.

DSC00513

Nog een boom/struik die vol kan zitten met bessen, de lijsterbes een belangrijke voedselbron in het najaar.

Bomen zijn, vooral in ons vlakke land heel landschapsbepalend, vooral als solitaire alleenstaande boom, maar ook als houtwal in een coulissen landschap of als laan richting een buitenhuis en ook de ons zo bekende knotwilg is heel landschapsbepalend.

P1120476

Een alleenstaande boom gefotografeerd door de takken van een andere boom met op de achtergrond een bosrand.

P1430805

Alleenstaande appelboom bij tegenlicht, grillige vormen, in de achtergrond is nog een houtwal van elzen te zien.

P1090756

Ook een groepje bomen doet het goed.

P1430346

Ook een gegarandeerde hit knotwilgen, moeten regelmatig worden bijgesnoeid, heb er achter in mijn tuin één die gewoon gegroeid is uit een tak die ik in de grond heb gestoken.

P1150759

Eiken langs een klinkerweg.

DSC00802

Een vroeger veel toegepaste manier van vee afscheiding een dijkswal met bomen.

DSC00434

Ook geïsoleerde bomen in een bos komen goed uit.

DSC00753

Hoe sterk een rij bomen werkt is hier goed te zien.

Oerbossen zijn er in Europa eigenlijk niet meer, de mens heeft na de laatste ijstijd rond 11.560 voor Christus meteen zijn stempel op het landschap gedrukt, zelfs op dat van de laatste relicten van (oer)bos die er nu nog zijn en waar de mens sinds heugenis geen invloed op heeft gehad, vaak omdat het natuurlijk werd gehouden in verband met de jacht van de adel. Bos werd, in verband met het ontstaan van de landbouw gekapt en platgebrand , waarna de grond tot uitputting werd bebouwd en men verder trok om meer bos te ontginnen, het achtergelaten areaal kreeg dan weer de kans om uit te groeien tot bos. Binnen Europa vind je (kleine) stukken oerbos in Scandinavië en dan met name de taiga, op de ontoegankelijke flanken van de gebergteketens, in Polen vind je het 4747 hectare grote bos van Bialowieza dat aansluit bij een bosgebied in Wit-Rusland en Bij de Oeral liggen de 3 miljoen hectare omvattende Komiwouden. De Balkan heeft meerdere oerbossen, evenals Griekenland en Bulgarije en Roemenië. Verder zijn er een paar gebieden in Duitsland die lange tijd ongemoeid zijn gelaten en zijn de Belgische Ardennen vrij authentiek en zijn er in België nog stukken bos die al werden genoemd in de Romeinse tijd. Nederland heeft geen oerbos meer, het laatste is gekapt in 1870. Zelf heb ik (oer)bos van Hainich in Duisland, het (oer)bos op de hellingen van Aletchgletscher en een aantal bosgebiedjes in Pembrokeshire, little trefgarne wood, gwuan valley en Tycanol woods. Wat opvalt in zo’n (oer)bos in Duitsland is de hoogte van de bomen, niet zozeer de dikte en de ruime opzet van het bos ondanks het gesloten bladerdek is het daaronder vrij open en er liggen her en der dode bomen, maar ook weer niet overdreven veel en de bomen staan echt verspreid niet als in een productie bos in rijen, de onderste takken beginnen soms pas op een hoogte van 5 tot 7 meter of meer. Wat opvalt aan het Zwitserse (oer)bos is dat het heel open is en dat er veel oude, dikke bomen staan met dwerggroei en dat het voornamelijk dennen zijn, verder is er veel ondergroei van dwergdennen, bosbes en alpenroosje, ook heb je er waldlehrpfade met hele dikke arven waarvan de bovengrondse wortels soms alleen al 1,5 meter in omtrek zijn. Opvallend aan de (oer)bossen in Pembrokeshire is dat ze heel rommelig zijn, met veel ondergroei (tongvaren, eikvaren andere varens, mos), grillig gevormde bomen, waarvan de takken soms al op 1,5 meter van de grond zitten en de bomen dik en laag zijn met uiterst brede kronen. Overal zie je klimop omhoog kruipen langs de boomstammen en de bomen zitten onder het mos en soms eikvaren, dode bomen liggen her en der en er is een grote variatie aan boomsoorten. Voor mij waren de laatst genoemde bossen het meest interessant.

P1130943

Het oerbos Hainich in Duitsland, veel hoge bomen en een gesloten bladerdak.

P1140072

Omgevallen boom oerbos Hainich.

P1140101

Nog meer gevallen bomen.

rotsbos

Open oerbos in Zwitserland bij de Aletschgletscher.

P6223518

Het oerbos met de gletscher op de achtergrond.

P62235122

Bomen met daartussen dwergden.

mistbomen

Rijke ondergroei van bosbes.

gespleten arve

Misschien getroffen door de bliksem.

3arven

Arven zijn dennen specifiek voor de alpen.

arve met uilen

Ze kunnen uitgroeien tot indrukwekkende bomen.

P1390319

Ook dikke loofbomen zie je hier in dit geval essen.

P1340968

Root over rock style.

P1280316

In Pembrokeshire zijn het de grillig gevormde loofbomen die de toon zetten.

P1280308

Ook is er rijke ondergroei zoals hier de eikvaren.

P1260312

De meeste bomen zitten in de wurggreep (zo lijkt het) van bijna even oude klimop.

P1260272

Takken hangen extreem laag boven de grond.

P1260263

Takken steken hun grillige armen uit.

P1260259

Ontzettend brede kronen.

P1250241

Extreem dikke heb je hier ook.

P1250174

Takken groeien als bomen omhoog vanaf de stam van een waarschijnlijk door de bliksem getroffen boom.

Een boom is een mini ecosysteem op zich, rond en in de boom kunnen zich allerlei dieren bevinden, vogels (spechten, boomklevers, duiven, eenden, roofvogels, uilen), maar ook zoogdieren zoals de boommarter, de eekhoorn, reeën, ze gebruiken de boom onder andere als nest gelegenheid, hetzij in een nestholte, hetzij een nest tussen de takken, ook bevat een boom talrijke lekkere bladeren voor rupsen en zaden en vruchten voor vogels, die natuurlijk ook van rupsen leven, ook onder de bast zit leven (letter zetter kever, larven van insecten) dat weer door de spechten genuttigd wordt. Ook worden bomen gebruikt als rustplaats en als hoog punt vanwaaruit het territorium al fluitend kenbaar kan worden gemaakt of als uitzichtpost vanwaaruit prooien gespot kunnen worden. Bomen kunnen ook bedekt zijn met mossen, korstmossen en varens (eikvaren, dubbelloofvaren) hetgeen een teken is dat de lucht erg zuiver is meestal vind je ze aan de heersende windkant omdat daar het meeste licht (bij ons) en vocht te vinden is. In gebergten vind je vaak baardmossen, ze hangen als een soort baard naar beneden vanaf de takken en bomen kunnen er vol mee hangen. Korstmossen groeien heel langzaam en zijn soms even oud als de boom, het is een samenlevingsvorm van schimmels en algen. De klimop gebruikt de boom als steun voor zichzelf zodat hij naar het licht kan groeien. Maar er zijn ook planten en schimmels die parasiteren op de boom. De maretak of vogellijm is een plant die als halfparasiet leeft op de sappen van de boom, hij verspreid zich van boom tot boom via de bessen die door vogels worden gegeten, ze zijn behoorlijk kleverig en vaak vegen de vogels de snavel schoon op een tak waar dan ook zaad blijft kleven en weer een nieuwe maretak kan groeien. Dan zijn er natuurlijk nog de vele paddestoelen waarvan sommige in symbiose met de boom leven, maar er zijn ook paddestoelen die een boom letterlijk vermoorden zoals de dennen moorder. Op de zo vrijkomende voedingsstoffen kunnen weer andere planten en bomen leven. Soms zie je een kleine boom letterlijk groeien op een boomstronk.

jonge steenmarter 4

Een steenmarter nestelt niet in bomen maar haalt er wel zijn voedsel dat onder andere bestaat uit vogels, eieren, eekhoorns en vruchten.

P1030633

De eekhoorn heeft zijn nest in de boom en eet de noten en zaden.

P1160415

De sperwer nestel er en haalt er zijn voedsel (andere vogels).

P1200594

Boomklever nestelt er en haalt er zijn voedsel

P1320076

Grote bonte specht nestelt er en haalt er zijn voedsel.

P1220468

Rups van de witvlakvlinder eet de bladeren.

P1250024

Klimop slingert zich omhoog.

0013cefd

Heksenbezem, een woekering in de takken die veroorzaakt wordt door een schimmel, vooral berken hebben er last van.

baardmossen

In de bergen kunnen de bomen er vol mee hangen baardmossen.

DSC02889

Maretak een halfparasitaire plant die op bomen leeft.

P1300580b

Korstmossen op de bast van een beuk.

DSC01299

Deze boom is er rijkelijk mee begroeid.

P1300587

Nog een soort korstmos, ze zijn er in vele soorten, maten en kleuren

P2276506

Boom begroeid met mos en eikvaren.

P1220825

Een hele fotogenieke paddestoel, waar het licht zo doorheen schijnt, de porselein zwam groeit vaak op beuk en maakt de boom uiteindelijk dood.

P1220807

Nogmaals porseleinzwam.

P1210478

Hanekam cantherel en eetbare paddestoel, groeit rond bomen op zandige, zure grond.

P1000158

Zwarte trilzwam, groeit op takken.

DSC09001

Zwarte knoopwam leeft op dood hout.

Je kunt het zo gek niet bedenken of de mens heeft het van hout gemaakt: Huizen, ladders, klokken, schoeisel (klompen), fietsen, tafels en stoelen, beelden, vliegtuigen, schuttingen, bruggen, enz. enz. Bomen zelf worden als haag gebruikt, herkenningspunten in het landschap, beplanting langs wegen, vrucht gevende bomen worden in boomgaarden gehouden enz. enz. Het wordt nog steeds gebruikt om ruimten te verwarmen en is de allereerste aanzet voor mensen geweest om zijn eten te koken, hetgeen de mens een enorme voorsprong heeft gegeven. Tegenwoordig wordt hout vervangen door ijzer, plastic en dergelijke, dus misschien is er nog hoop dat hierdoor minder houtkap nodig is al wordt er nog veelvuldig gekapt, vooral in armere landen, oerwouden gaan er in rap tempo aan. Gelukkig wordt er ook op grote schaal herplant. En op veel plaatsen waar de mens verdwijnt om in steden te gaan wonen is er weer plaats voor natuur en bomen.

P8304907

Kunstvoorwerpen zijn veelvuldig uit hout gemaakt, hier op wat grovere wijze met een kettingzaag. Paddestoelen?

p9069253 (altered, lighting)

Steenarend?

uil

uil.

vos

Vos

Deze sculpturen stonden langs een bospad in Zwitserland, het eerste beeld was er een van een ree op zo’n 100 meter afstand en daar trapte ik echt in, druk fotograferend kwam ik dichterbij en hij bleef maar onbeweeglijk staan, mij iets te onbeweeglijk, dus ging ik twijfelen en keek beter en zag dat het een houtsculptuur was.

reebok2

De natuur kan er zelf ook wat van, zeg nou zelf dit is toch sprekend een ree die zijn hoofd laat hangen.

Pa2154~4

Nog zo’n natuursculptuur.

Hoewel bomen over de hele wereld voorkomen is er ook voor bomen een grens, de boomgrens, deze ligt in de gebergten van de alpen rond de 1800 tot 2200 meter. Meer naar het noorden in Scandinavië kan de boomgrens zelfs tot aan het water liggen, deze grens heeft te maken met koude en ligt voor naaldbomen hoger dan voor loofbomen. Er is ook de zogenaamde noordgrens, noordelijker groeit er geen boom meer en in het zuiden is Antarctica helemaal kaal. De boomgrens is vaak niet keihard aanwezig, de bomen beginnen langzaam verder uit te dunnen en uiteindelijk zie je nog enkele, meestal gedrongen en vergroeide exemplaren staan. Daarnaast heb je nog de droge gebieden zoals woestijnen waar geen bomen voorkomen al hebben bepaalde bomen toch een bepaalde strategie om de droogte te overleven, bijvoorbeeld door wateropslag in de stam bij de boabab, ook zie je op rotsachtige droge bodems vaak dwerggroei ontstaan die wordt aangeduid met Maquis, je vindt dit terug in het zuiden van Frankrijk grenzend aan de Ardeche. Ook wind en brak of zout water kunnen een grens afdwingen.

DSC01779

Een duidelijke boomgrens, hier steekt hij vrij scherp af.

DSC02834

Hier iets meer ingezoomed nu is ook duidelijk te zien dat te steile stenige hellingen geen boomgroei hebben en erboven groeien gewoon weer bomen.

DSC02282

Hier zie je de bomen langzaam uitdunnen.

Posted in Bomen | No Comments »

Het ree (capreolus capreolus)

Gezien het feit dat reeën bijna in elk landschapstype voorkomen (ze komen zelfs voor op de waddeneilanden waar ze naartoe lopen/zwemmen (het zijn goede zwemmers) bij laag water) en zich vanaf 1951 van 5.000 individuën gestaag hebben uitgebreid tot een huidig aantal van rond de 100.000 heb je als natuurfotograaf kansen genoeg om ze te fotograferen. Alleen Reeën zijn schuw en meestal actief in de ochtend- en avondschemering (wanneer ze op zoek gaan naar bladeren en jonge scheuten, gras, kruiden, paddenstoelen, bessen, eikels en beukennootjes) hoewel ze in gebieden waar ze zich veilig voelen ook overdag wel te zien zijn. Hun gehoor is goed, maar hun zicht en reuk zijn minder goed ontwikkeld, hier kun je gebruik van maken door zo weinig mogelijk te bewegen, niet af te steken tegen de achtergrond en ze te naderen met de wind naar je toe. Ik heb ze zelf tot op heel korte afstand benaderd en je merkt dat wanneer ze je denken te zien ze gewoon niet kunnen bepalen of er gevaar dreigt of niet, je ziet ze met hun ogen knipperen, één oog wat meer dicht dan het ander om beter te kunnen bepalen of ze iets zien en zolang je stil blijft zitten gaan ze na een tijdje gewoon door met grazen. Zo stond het ree op de foto hieronder op 5 meter afstand mij recht aan te kijken terwijl ik rechtop stond, op het moment dat hij zich tijdelijk afwende ging ik bliksemsnel door de knieën en toen hij weer keek wist hij niet wat hij er van moest maken, hij dartelde 3 meter verder weg en ging gewoon door met grazen.

P1190993hr

Het ree op de volgende 2 foto’s stond zelfs nog dichterbij op 3 meter om precies te zijn en heeft mij nooit in de gaten gehad.

P1190895hr

P1190909hr

Het is natuurlijk zo dat het hier om jonge onervaren individuën gaat, maar mijn ervaring is dat reeën beter niet op hun gezicht kunnen afgaan. Bovendien zat ik hier midden tussen een groep reeën in met zowel jonge als volwassen exemplaren en zowel mijn komst, aanwezigheid als vertrek is ongemerkt voorbij gegaan.

Op een ander moment liep ik door een weide gebied toen boeren met trekkers 3 reeën (een bok en 2 geiten) opschrikten waardoor ze in mijn richting kwamen. Meteen heb ik me plat op de grond laten vallen en gewacht hoe het zich verder zou ontwikkelen. Tot mijn grote vreugde kwamen ze in mijn richting tot ze op 3 á 4 meter bijna over mij struikelden, toen keken ze even op om te kijken wat voor voorwerp daar op de grond lag getuige de volgende foto’s.

P1140780hr

P1140800hr

P1140794hr

Ze waren zo dicht bij dat ik niet genoeg kon uitzoomen om op de foto hierboven ook het gewei nog helemaal op de foto te krijgen (de foto’s zijn niet gecropped). Onder het voorbij lopen draaide ik langzaam mee en toen ze al bijna voorbij waren werd die beweging me noodlottig want toen besloot de bok dat er onraad dreigde en ging er als een hond blaffend vandoor. Je zag ze hier ook weer met de ogen knipperen om beter te kunnen zien.

P1140807hr

Op nog een ander moment zag ik op een afstand van 2- á 300 meter vanuit de bosrand een groepje reeën in de sneeuw staan en besloot ze te besluipen door gehurkt langs de bosrand te kruipen. Door een stukje van 3 tot 5 meter per keer naar voren te kruipen zodra ze zich van mij afwenden en dan weer een aantal foto’s te maken lukte mij dit bijzonder goed, af en toe werd er een nieuwsgierige blik in mijn richting geworpen, maar van onrust was geen sprake.

DSC01766hr

DSC01803hr

DSC01815hr

DSC01819hr

Ik was tot op zo’n 50 meter genaderd met af en toe een nieuwsgierige blik in mijn richting toen op 3- tot 400 meter 2 luid pratende dames onze kant uitkwamen, nu kwamen de koppen omhoog.

DSC01845hr

Het volgende moment was het enige dat ik nog kon fotograferen de witte spiegels op hun achterwerk. Ik denk dat ik anders zeker nog 10 tot 20 meter dichterbij had kunnen komen.

DSC01856hr

Hieronder nog een aantal feiten met betrekking tot reeën geïllustreerd met mijn foto’s.

De levenscyclus van het ree begint eind juli tot midden augustus met de bronst het gewei is dan volgroeid (al vanaf april/mei) en de bast er af geveegd.

P1160073hr

Een bok jaagt in deze tijd hele afstanden achter de geiten aan. Na de bevruchting volgt een uitgestelde zwangerschap van 3 maanden, waarna het eitje zich inplant. Rond die tijd gooit de bok zijn gewei af om in de winter een nieuw gewei te ontwikkelen met in eerste instantie bast eromheen.

P1140493hr

Rond mei juni komen de vaak 2 zelden 3 kalfjes ter wereld, die na 8 tot 14 dagen mee gaan foerageren. Voor de bevalling zonderen de reegeiten zich af zoals de volgende foto laat zien toen we plots oog in oog stonden met dit bijna kalvende ree.

P1120607hr

De jongen zijn overigens na de geboorte meteen in staat om te vluchten mocht dit nodig zijn en zijn hun hele eerste levensjaar wit gespikkeld (hun gewone zomervacht is dun en roodbruin in de winter is de vacht dikker en grijsbruin gekleurd), na dit jaar worden ze ook uit de roedel weggejaagd. Deze roedels bestaan meestal uit kleine groepjes van geiten en jongen (soms bokken, maar die zijn wat meer solitair) en gedurende de winter voegen kleinere roedels zich samen tot een grotere.

DSC04442hr

P1090034hr

Reeën zijn in heel Europa en in het grootste deel van Azië aanwezig zelfs in de bergen. In Nederland is het eigenlijk alleen de vos die soms een jong reetje pakt, meer naar het oosten Duitsland, Polen, staat de volwassen ree ook op het menu van de Lynx en de wolf.

Het ree komt soms voor in een geheel zwarte variant, het zogenaamde melanisme. Aangezien het een resessieve factor is, heb je twee heterozygote reeën nodig om in 25% van de gevallen een homozygote zwarte ree voort te brengen. Als daarna de heterozygote bok of geit paart met een homozygote zwarte ree wordt de kans op een zwart ree 50%. Rond Eernewoude zwerft en groepje reeën waarbij zich een zwarte bevindt die vorig jaar ook weer een zwart jong heeft gekregen.

P1420802hr

Af en toe heb je geluk en vind je zoals ik een schedel met gewei.

P1290295hr

Hun sporen zijn vaak een eerste aanwijzing dat ze aanwezig zij in het gebied.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Tags: , , , ,
Posted in Het ree | 1 Comment »

Gecontroleerde/gecreëerde omstandigheden

Bovenstaande titel slaat op het volgende: Er worden steeds meer hutten in (natuur)gebieden gemaakt speciaal voor natuurfotografen in een ideale setting kan dan volop gefotografeerd worden. Een voorbeeld hiervan is de hut van Edo van Uchelen (bioloog en professioneel fotograaf verbonden aan het Centrum Voor Natuurfotografie). Deze hut is gesitueerd in het bos, hij is ingegraven in de grond zodat je mooi op ooghoogte komt met de vogels die op het uitgestrooide voedsel afkomen. Je staat versteld wat hier allemaal niet op af komt en hoe gemakkelijk het gefotografeerd kan worden. Om een opsomming te geven:

1. De putter

2. Het sijsje

3. De keep

P1180218

Een mooie vogel die ik al jaren lang graag op de foto wou hebben.

4. De vink

P1180797

5. De ringmus

P1180042

Deze vogel was vooral talrijk aanwezig

6. De houtduif

P1190717

P1190746

7. De vlaamse gaai

P1180017

8. De groenling

P1180776

9. De boomklever

P1200594

10. De geelgors

P1190441

11. De koolmees

P1190992

12. De pimpelmees

13. De staartmees

P1200850

14. De glanskopmees

P1180839

15. De grote bonte specht

P1200802

Het vrouwtje zonder rode vlak achter op de kop.

P1190691

Het mannetje met een rode vlek achter op de kop

16. De merel

P1180084

17. De zanglijster

P1190834

18. De kruisbek

P1200045

Het rood gekleurde mannetje.

P1200024

Het geel/groen gekleurde vrouwtje

19. Het roodborstje

P1180783

20. De heggemus

P1180225

21. De spreeuw

In een morgen en een halve middag 21 soorten, waarvan 3 nieuwe soorten die ik nog niet op de foto had. Jammer om de appelvink gemist te hebben die komt hier namelijk ook regelmatig en dat is een soort die ik ook nog niet heb. Al met al heb ik nu 166 soorten vogels op de foto.

Update:

Zoals ik hiervoor al aangaf vond ik het jammer om de appelvink gemist te hebben, dus besloot ik om de hut in 2015 nogmaals voor een morgen te huren. Het was nu twee weken later dan de vorige keer, en ik weet niet of het er mee te maken heeft, maar er waren dit keer minder soorten en minder vogels per soort. Zo zie je maar dat ook het fotograferen vanuit en hut niet altijd even succesvol is. Maar…… en dat was voor mij natuurlijk het belangrijkste,

22. De appelvink liet zich dit keer wel zien, zowel het mannetje als het vrouwtje.

P1320612

Appelvink man.

P1320660

En het vrouwtje.

En niet mijn eerste, maar wel veruit mijn mooiste shots van:

23. De goudvink

P1330391

Duidelijk het onderscheid tussen het mannetje en het vrouwtje.

P1320109

En nogmaals nu het vrouwtje meer prominent.

Kwalitatief gezien vind ik de foto’s die ik deze keer gemaakt heb beter en dat heeft te maken met het feit dat je weet wat je te wachten staat dus je bent beter voorbereid en de vorige keer waren er zoveel soorten en zoveel tegelijk dat je niet wist wat je eerst of laatst moest fotograferen en nu had je rustiger de tijd om één bepaalde soort beter te portretteren.

Diezelfde Edo van Uchelen heeft in de buurt van de vogelkijkhut een stuk maisland opgekocht dat hij tot natuurterrein heeft omgevormd, hier heeft hij boomkikkers uitgezet en met succes, je kunt ze er volop fotograferen en de populatie heeft zich zelfs verspreid naar de natuurterreinen van Staatsbosbeheer. Naast boomkikkers vind je er ook geelbuik vuurpadden, de rugstreeppad, de muurhagedis en de hazelworm. Het gebied wordt omzoomed door bramenstruiken waartussen je de boomkikkers ziet luieren, ze zijn namelijk nachtactief. Om de zoveel tijd hoor je het gekek kek kek van de kikkers.

P1270569b

Sommige exemplaren zijn niet veel groter dan de stekels op de bramenstruiken.

P1270921b

Of zo klein dat ze op een braam passen

P1270760b

Ze kunnen ook groter zijn dit zijn dan meestal de vrouwtjes en zoals je hier ziet kunnen ze ook van kleur veranderen, sommige zijn grijs of bruin of geel. Hierna volgt een serie van mijn mooiste foto’s van de workshop die ik er gevolgd heb.

P1270581b

P1270605b

P1270627b

P1280001b

P1280014b

P1280079b

P1280331b

De geelbuik vuurpad

P1270805b

Het vrouwtje van de muurhagedis

Naast de reptielen en afibiën kwam je hier ook interessante planten en insecten tegen waaronder deze kleine vuurvlinder:

P1280252b

Kortom 2 geslaagde dagen waaruit blijkt dat gecontroleerde/gecreëerde omstandigheden tot groter/beter resultaat lijden dan gewoon op goed geluk ergens naar toe te gaan en maar af te wachten wat je voor de lens krijgt.

Tags:
Posted in gecontroleerde omstandigheden | No Comments »

Vogelfotografie.

Vraag een natuurfotograaf naar het onderwerp dat hij het meest fotografeert en hij zal hoogstwaarschijnlijk antwoorden: Vogels. Er is zelfs een sterke tendens tot het scoren van nieuwe soorten en ik moet toegeven dat ik mezelf hier ook schuldig aan maak met mijn lijstje van 160+ soorten waar ik graag weer nieuwe soorten aan wil toevoegen.

Wat is toch die fascinatie voor vogels ?

  • Komt het omdat wij nog steeds, net als DaVinci met zijn ontwerpen voor de vliegende mens of de bedenker van het verhaal van Icarus die richting de zon vliegt en neerstort met zijn wassen vleugels, gefascineerd zijn door het vliegen ?. En hoewel we het tegenwoordig al lang onder de knie hebben kunnen we nog steeds veel van vogels leren op dat gebied. Zo zal een groep stuntvliegers stinkjaloers zijn op een groep spreeuwen met hun synchrone vlucht of op een zwaluw met zijn onnavolgbare capriolen en denk ook aan het feit dat lange afstand vluchten met de Concorde financieel niet haalbaar zijn terwijl de Noordse stern elk jaar van de Noord- naar de Zuidpool vliegt en terug.

Groepje grauwe ganzen in V-formatie. Vliegen op deze manier blijkt zeer efficiënt te zijn elke gans maakt optimaal gebruik van de lift van de gans voor hem, ze passen zelfs de vleugelslag aan elkaar aan.

De Zeearend met een spanwijdte van 2 meter, daarom ook wel vliegende deur genoemd.

Nogmaals de Zeearend scherend over de toppen van de bomen.

  • Zijn het de kleuren ?, al van jongs af aan zijn we gefascineerd door felle kleuren en vogels kunnen extravagant gekleurd zijn, zelfs een spreeuw die je misschien niet onder de kleurrijkste vogels zou willen rekenen is met zijn iriserend groen en paars toch opvallend.

De fazant, hoewel oorspronkelijk niet inheems, is een van onze meest kleurrijke vogels.

De ijsvogel is een goede tweede, verder heb je nog de Bijeneter, geoorde fuut, de kemphaan, de waterral, de torenvalk, verschillende eenden, de groene specht, bonte specht, boomklever, verschillende mezen, de blauwborst, de vink, vlaamse gaai, keep en zo zijn er misschien nog een paar, niet zoveel als in het buitenland maar toch.

  • Van de kleuren kom je als snel bij de veren:

Van de zachte, warme donsveren

Teer als bloemen, maar toch ook weer in zijn geheel sterk en licht genoeg om een vogel te dragen.

Menig jager had er vroeger één of meer op zijn hoed staan.

  • Is het de vrijheid die een vogel symboliseert, zij vliegen over grenzen waar geen mens kan komen, er is niet voor niks het spreekwoord zo vrij als een vogel.
  • Komt het omdat zo overal zo prominent aanwezig zijn, er is geen biotoop waar een vogel niet voorkomt, zelfs bepaalde ganzen vliegen hoger dan de Mount Everest.
  • Is het een overblijfsel van de jacht, het besluipen en dichterbij komen en tenslotte als de vogel in het camera vizier komt het afdrukken als met een geweer of pijl en boog.
  • Is het de diversiteit, in de kleuren waar ik het al over had, maar ook in grote, gedrag en aanpassingen aan de omgeving.

De knobbelzwaan, één van de grootste vogels, vooral als hij zoals hier zijn vleugels op zet.

Het winterkoninkje één van de kleinste, het goudhaantje en het vuurgoudhaantje zijn nog kleiner.

Vooral het gedrag van kraaiachtigen is interessant, ze passen zich heel goed aan en vinden van alles nieuw uit en nemen elkaars gedrag ook over, zo is in Denemarken het fenomeen ontstaan dat zwarte kraaien de rug van padden open pikken, de pad zet zich dan op en explodeert letterlijk maar blijft wel leven, vervolgens pikken de kraaien de lever er uit. Dit gedrag heeft zich verspreid richting Duitsland en komt nu ook voor in Nederland.

Hier een ekster op zoek naar parasieten bij een schaap bijvoorbeeld schapenteken, je kan zien hoe het schaap geniet van de aandacht. Spreeuwen doen dit ook. Ook zie je wel dat in het voorjaar voor de nestbouw bij schapen losse plukken wol worden uitgetrokken. En zo zijn er nog heel wat interessante gedragingen onder vogels te observeren.

  • Tenslotte is er nog de zang, bij de meeste vogels vooral in het voorjaar en de vroege morgen.

Het winterkoninkje heeft qua zang wel iets van……

Het roodborstje, het roodborstje is één van de weinige vogels die het hele jaar door, dus ook in de winter, zingen net alsook het winterkoninkje.

De mond wordt wijdt open gesperd, dit is mijn territorium. Komt een rivaal binnen het territorium dan volgt een fel gevecht. Van roodborstjes is het bekend dat ze ook tegen hun eigen spiegelbeeld in een raam of buitenspiegel van een auto vechten.

Eén van onze meest virtuoze zangers, die je ook danig voor de gek kunnen houden is de spreeuw, want spreeuwen houden namelijk van imiteren. Ik heb meerdere keren gehad dat ik dacht één of andere vogel te horen en wanneer ik in de richten van het geluid keek er een spreeuw in de dakgoot bleek te zitten die een kievit, grutto, zeevogel, buizerd enz. nadeed. Er zijn meer vogels die dit kunstje kunnen bijvoorbeeld de spotvogel, ander goede zangers zijn bijvoorbeeld de zwartkop, de zanglijster, de nachtegaal, de wielewaal enz. En dan is er nog het overweldigende lawaai van vogels die in een kolonie leven, het horen en zien vergaat je.

Zo zijn er nog wel een aantal zaken te bedenken waarom vogels zo fascinerend zijn en zoals zo vaak het geval is, is het een combinatie van factoren die het hem doet. Daarom zijn er twitchers (vogelspotters) en natuur/vogel fotografen.

Tags:
Posted in Vogel fotografie | No Comments »

De Herfst

Dit wordt een lofzang op de herfst, mijn favoriete jaargetijde:

De herfst is een jaargetijde van afwisseling, contrasten, geuren, kleuren en mooi licht. De temperaturen dalen terwijl het op hetzelfde moment nog aangenaam zomers kan aandoen als de zon schijnt in de periode van de zogenaamde indian summer die loopt van begin september tot half november ( de herfst loopt van 21 september tot 21 december (de kortste dag) of meteorologisch gezien van 1 september tot 30 november), ook heb je lange perioden van heel rustig weer waarin het toch constant bewolkt is (soms wel 2 weken achter elkaar) en af en toe (veel meer dan in andere seizoenen) slaat het weer keihard toe met stormen en hevige regenbuien. Op het moment dat ik dit schrijf hebben we net een sterke storm achter de rug die honderden zo niet duizenden bomen heeft ontworteld c.q. af doen knappen (dat de bomen nog in blad stonden heeft het verergerd). Op die maandag 28 oktober waren er uiterste windvlagen met snelheden van 145 km/uur. De kans op onweer neemt af de kans op wind en regen toe.

Hier een foto waaraan de wind duidelijk is af te lezen aan de rietstengels in de voorgrond.

De herfst is het seizoen bij uitstek van de vele kleuren en het mooie zachtere licht laat ze nog eens extra mooi uitkomen. Het blad verkleurd naar geel, oranje, bruin en rood en de paddenstoelen hebben alle kleuren van de regenboog en dan zijn er nog de vele struiken met hun bonte bessen pracht en ook zijn er nog planten die juist in dit seizoen hun bloemen ter beschikking stellen aan de insecten die er nog steeds zijn.

Herfst in het Bakkeveenster bos

Bossen met zowel loof- als naaldbomen worden ontzettend veelkleurig.

Zon schijnt door herstig beukenblad.

In het mooie zachte zonlicht komen de herfstbladeren goed tot hun recht.

Kleverige koraalzwam

De kleverige koraalzwam

Stinkzwam met daarachter een duivelsei.

Een stinkzwam met op de achtergrond een zogenaamd duivelsei waaruit de stinkzwam voortkomt.

Heksenboleet

De heksenboleet, paddenstoelen vormen voedsel voor allerlei dieren, hier voor de zwarte wegslak.

Heksenkring

Een heksenkring, aan een heksenkring is goed te zien hoe ver een schimmel zich heeft verspreid.

Bessen van de bitterzoet

Bessen van de bitterzoet.

Kardinaalsmuts

De vruchten van de kardinaalsmuts.

De lijsterbessen hangen in het najaar vol met de oranje bessenschermen.

Herfsttijloos.

herfsttijloos

Wat heeft een crocus met de herfst te maken zul je denken, nou dit is geen crocus maar de herfsttijloos een zeer giftige plant die zoals de naam al aangeeft in de herfst bloeit, het is net als de crocus een bolgewas.

Alpen aster.

Asters zijn ook typische najaarsbloeiers, hier een alpen aster.

Hoewel de herfst niet het seizoen bij uitstek voor insecten is, zijn ze er nog steeds, vooral libellen, bladwespen, bijen, hommels, kevers, wantsen, maar spinnen spannen de kroon, in de vroege morgen zijn alle struiken bedekt met bedauwde spinnenwebben zodat je je afvraagt hoe die allemaal gaan overleven van de weinige insecten die er nu nog zijn, maar spinnen kunnen een behoorlijke tijd zonder prooi.

Herfstig berkenblad in spinnenweb

Soms vangen spinnen iets anders dan een maaltijd, hoewel er 1 vegetarische spin voorkomt (Bagheera Kiplingi) die zich voedt met bladeren en knoppen, alleen spint hij geen web.

De herfst is ook het seizoen bij uitstek voor het spotten en/of fotograferen van vogels, in grote groepen komen ze langs richting het zuiden, de lucht is vol met geluiden van allerlei vogels, waarvan de mooiste geluiden wel die van de kleine- en wilde zwaan en vooral die van de kraanvogels zijn. Ook het gegak van de vele ganzen is niet van de lucht. Dit is ook de tijd voor de unieke waarnemingen, vogelspotters hebben nu hoogtijdagen.

Grauwe ganzen in de vlucht.

Hoewel de Grauwe gans steeds minder trekt en veel meer in Nederland broedt en zijn jongen groot brengt zie je ze toch nog in V-vorm op trek. Grauwe ganzen worden in Nederland een plaag, kortom een uiterst succesvolle vogelsoort.

Rotganzen

Een andere gans die je steeds meer tegenkomt is de rot, rot, rotgans, het is Europa’s kleinste gans en, vind ik zelf, de mooiste (van de regelmatig geziene soorten). Rotganzen trekken nog wel steeds.

De herfst is het seizoen van de mystiek, vooral onderstreept door het donkerder en korter worden van de dagen die vaak ook nog in mist gehuld zijn en paddenstoelen die hallucinerend werken, dat geeft aanleiding tot verhalen.

Mist

De vele mistige dagen dragen bij tot de mystieke verhalen.

De herfst inspireert niet alleen fotografen maar ook bepaalde houtvesters met een artistieke inslag.

Houtsculptuur van paddenstoelen.

Welke paddenstoel het moet voorstellen weet ik niet, maar het zijn overduidelijk paddestoelen.

Tot slot, dat de herfst niet overal op dezelfde manier zijn intrede doet illustreert onderstaande foto van Zwitserland. Op 14 september met de bomen volop in het groene blad begon het hier al te sneeuwen op zo’n 1500 tot 2000  meter hoogte. Overigens was deze sneeuwpret van korte duur want op de meeste plaatsen smolt de sneeuw tegen de middag al weer weg.

Sneeuw in de bergen.

Herfstig weer in de alpen begint met sneeuw.

Tags:
Posted in De Herfst | No Comments »

Het weer

Over het weer mag je niet klagen, dat moet je nemen zoals het is want het is (nog) niet maakbaar. Maar als natuurfotograaf ben je zo afhankelijk van het weer, je hebt het liefst zo weinig mogelijk wind, geen regen, geen hard licht (de dag zou als het ware een cyclus van elkaar opvolgende zonsopkomsten en -ondergangen moeten zijn) enz. Zelf ben ik wel een beetje zo’n mooi weer fotograaf, maar ik besef me ook dat er kansen liggen in het fotograferen bij verschillende weersomstandigheden, hierbij maak je het weertype als het ware zelf het onderwerp. Met de onderstaande foto’s wil ik dit illustreren:

Slecht weer op komst

Hier begint het meestal mee windveren en een melkachtige bewolking voor de zon en soms een bijzon, die staat meestal links of rechts van de zon maar hier staat hij er onder.

Al snel trekt het dicht.

Pastel tinten beginnen de wolken te kleuren

De lucht begint te dreigen

Dit is zo’n dreigende lucht waarvan je weet dat er in korte tijd neerslag zal komen.

Dan ineens regent het.

In het water zijn duidelijk de cirkels van de vallende druppen te zien.

Het weer verslechtert nog meer.

Als het weer dan verder verslechtert kan het zelfs onstuimig gaan hagelen.

Het teken dat het ergste achter de rug is

Een regenboog is meestal het teken dat het ergste achter de rug is. Je ziet overigens de regendruppels nog op de lens zitten.

Één laatste foto wil ik je niet onthouden, volgens mij kun je zelf wel raden welk weertype deze foto symboliseert.

Holdon for dear life

Ik zet de gedachten van deze vlinder maar om in het Engels, want daar waren we in Engeland, Pembrokeshire om precies te zijn, het moge duidelijk zijn dat de wind behoorlijk grip op deze bonte bessen vlinder heeft.

Kortom slecht weer kan en mag niet altijd een excuus zij om niet te gaan fotograferen. Overigens liep ik vanmiddag in het Blauwe bos ook in mijn T-shirt in de regen, dit leverde helaas geen mooie plaatjes op. Tijdens de hagelbui zat ik zelf behaaglijk in mijn auto, er is geen noodzaak om jezelf en je camera teveel bloot te stellen aan de elementen.

Tags:
Posted in Het weer | No Comments »